AANLEG
Vanuit aanleg ontstaat handelingssnelheid die al snel wordt opgemerkt bij spelers. Vaak dominant aan de bal waarbij sommige type tevens overal op het veld aanwezig zijn.

Handelingssnelheid is relatief en te ontwikkelen. Het maken van trainingsuren is de enige weg naar ontwikkelen van handelingssnelheid
Wat maakt handelingssnelheid relatief?
- Ieder zijn basis in bewegingsgevoel maakt het relatief! Een hoge basis in bewegingsgevoel is handelingssnelheid op een hoger niveau
Bewegingsgevoel is via het spiersignaal + evenwicht het gefocust houden van de ogen op een bepaald doel en het in positie houden van de rest van het lichaam. Oefenen van bewegingsgevoel is stimuleren van bewegen en leren (samenwerking linker- en rechterhersenhelft). Nu brengt het coördinatie voor beheerst bewegen van het lichaam en geeft het daarnaast meer vrijheid en weerbaarheid om te leren op school en voetbal.
Verbeteren van aanleg d.m.v. oefenen in:
BALANS
- via evenwicht houden + veel voetballen - sporten en buiten spelen op jonge leeftijd (ook i.c.m. judo en turnen)
LOOPHOUDING
Oefenen van houding - techniek - ademen - flexibiliteit
- 5 fases
- stretchen + yoga
REFLEX
- via snelle voetenwerk loopladder + oefeningen met de voet op- en aan de bal / gooien - vangen / stoten - ontwijken / vallen - opstaan
SPIERSIGNAAL
- via calisthenics + plyometri + beweegcircuits het gevoel en snelheid (vermogen) ontwikkelen voor gebruik en mixen van grove en fijne motoriek. Via duwen - trek en tilbewegingen.
- Spiersignaal train je voor het punt in leeftijd van maximale groeisnelheid (Engelse afk.: PHV - zie kracht)
ZIEN
- Gezichtsvermogen bepaalt het direct zien van een beeld uit de fysieke werkelijkheid
- Ruimtelijk zicht (niet te verwarren met ruimtelijk inzicht) = beeld van de afzonderlijke ogen komen op elkaar te liggen zodat timing ontstaat!
- Zien is ook indirect zien van mentale beelden via je gedachte: ruimtelijk inzicht. Deze is genetisch bepaald maar kun je verbeteren via training door het aandragen van specifiek spelinzicht via stapelen van vaardigheden (fasering: 1v1 2v2 3v3)
Bewegingsgevoel en Zien geven hersenen de mogelijkheid om de juiste spiergroepen aan te sturen om de lichaam- en oogpositie in de gewenste stand te handhaven of te veranderen = coördinatie! Veel voetballen - sporten (+ voorheen buiten spelen met bewegen, klimmen, duwen, trekken, tillen, vallen en opstaan) geeft coördinatie - samenwerking van beide hersenhelften.
TASTZIN
- Tastzin in samenwerking met coördinatie zorgt ervoor dat de speler(ster) het bal- en grondcontact kan ontwikkelen. Tastzin is verdeeld in 4 functies:
- Voelen van de bal in waar + hoe hard of zacht raken
- Voelen van het contact met de bal en grond = ritme + timing
- Voelen is ook de mate van pijnbeleving + omgang met kou -warmte
- Voelen is ook het vermogen in weerbaarheid (zelfbeeld / stress) (lees talent: sociaal emotioneel naar temperament)
Zelfbeeld herkennen in een masker wat ze kunnen opzetten! Voetbal brengt nl. niet het mooiste gedrag in kinderen /volwassene omhoog.
Stress bepaalt hoe jij/zij kan blijven functioneren tijdens een wedstrijd. Zowel naar normen die gehanteerd worden in voetbal als in voetbalspelsituaties. Stress kan opgelegd worden door de trainer coach, ouders, gezinsleden of druk die men zichzelf oplegt. Waak hiervoor of werk oplossingsgericht (zie menu: Academie)
REACTIESNELHEID
Reactiesnelheid is de samenhang in
- Reflex (afhankelijk van voorkeur in gebruik voorste- achterste spierketen + veel voetballen en trainen van spiersignaal - kracht en uithouding in controle voor balbezit)
- Ruimtelijk inzicht (indirect zien vanuit mentale beelden) stelt je in staat om je te oriënteren t.o.v. je tegenstander(s) en de ruimte op het veld om je te positioneren met of zonder bal. Ruimtelijk inzicht is ook het inschatten van tijd tot wanneer de bal bij je is of het inschatten waar jij de bal wilt plaatsen incl. tastzin!
Nu omgaan met keuzes voor acties vanuit ruimtelijk inzicht is de vaardigheid, algemeen -en specifiek spelinzicht wat je de speler(ster) meegeeft. Een basis in vaardigheid en keuzes aanreiken via: 1v1 2v2 3v3. Dus niet eerst de team- en positietaken aanreiken maar spelers eerst leren voetballen + laten leren!
Leervermogen is de tijd die een speler(ster) nodig heeft om een opgedane ervaring om te zetten in de wedstrijd. Dus de reactiesnelheid/ handelingssnelheid is mede afhankelijk van de
- leermentaliteit (levensomstandigheden) Populair is dit: mindset!
- Manier van aanleren via een pedagogiek
KRACHT
- Voetbalvermogen ontwikkelen (cardio - calisthenics - plyometri)
De gouden periode in trainen van kracht is vanaf 1 -1.5 jaar na PHV = ± 14 - 16 jr. jongens / ± 13 -15 jr. meisjes (PHV = meetbaar!)
Peak height velocity (PHV) is de periode waarin een kind zijn snelste lichaamsgroei ervaart - d.w.z. de tijd waarin ze het snelst groeien tijdens hun adolescente groeispurt (de fase tussen jeugd en volwassenheid). Harde duels en hard trainen tijdens de PHV brengt regelmatig blessures vanuit overbelasting. De periode voor en tijdens de PHV is een gouden periode voor het ontwikkelen van aanleg. Het zenuwstelsel staat nu nl. (voor de 2e x) open voor het snel verwerken van nieuwe impulsen.
De basis voor opbouw van bewegingsgevoel (coördinatie) en explosiviteit in tijd van duur is: kracht. De tijdsperiode om kracht te ontwikkelen is afhankelijk van het somatotype (fysieke gestalte + te beïnvloeden door voeding en training). Ervaring leert dat topvoetballers / sporters frequent een combinatie - het beste hebben - in 2 somato type. Veel oefenen en gezond eten dus! Hiermee kun je jouw somato type ontwikkelen om je beste zelf te worden!
SOMATO TYPE (3)

- Ecto: meer smalle schouders en heupen - meer type 1 rode
spiervezels / vol duur / niet snel / minder kracht
- Meso: bredere schouder - smalle taille - meer type 2a witte
spiervezel / matig duur / snel / redelijk krachtig
- Endo: brede heupen - smalle schouders - meer type 2b witte
spiervezel / snel moe / explosief / veel kracht
De ectomorf is lang, dun met weinig spiermassa en een meer platte borst. Deze heeft moeite om spiermassa op te bouwen. De ecto is zo smal, omdat hij een snelle stofwisseling heeft. Daarom is het voor hem lastig bij te komen, zowel in vet als in spier (relatief korte spieren en lange pezen). De ecto moet zijn intensiteit hoog en trainingsvolume laag houden - hij heeft van nature al een hoge stofwisseling. Bovenal moet hij veel calorieën consumeren, hoofdzakelijk uit complexe koolhydraten. Teveel aan cardio zal hem snel aan energie doen verliezen.
De mesomorf is atletisch gebouwd, heeft van nature meer spiermassa maar kan deze ook sneller ontwikkelen. Hij houdt vet wat gemakkelijker vast dan de ecto, maar heeft bijlange na geen aanleg om dik te worden. De mesomorph kan over het algemeen langere trainingssessies en een hoger trainingsvolume aan dan de ectomorph, al moet hij dat niet overdrijven. Ondanks dat hij geen aanleg heeft dik te worden, moet hij voor die echt afgetrainde look op zijn calorie-inname letten en heeft hij baat bij meer cardio. De mesomorph die aan krachtsport doet, heeft te kampen met het luxeprobleem dat hij snel té potig kan worden, wat hem bijvoorbeeld kan hinderen bij het uitoefenen van andere sporten.
De Endomorph, of endo, te omschrijven is door hem een mesomorph met een laagje vet te noemen. Explosieve sporter! De endo bouwt vrij gemakkelijk spier op, maar houdt door zijn trage stofwisseling nóg gemakkelijker - alsof dat positief is - vet vast. Daardoor oogt hij wat 'zachter' dan een mesomorph. De endo is meestal kort van gestalte en gedrongen. Om afgetraind voor de dag te komen, moet hij zorgvuldig zijn calorie-inname in de gaten houden en zijn toevlucht zoeken in cardio. Wat betreft training heeft de endo het een stuk lastiger dan de meso. Hij moet zijn tijd namelijk evenredig spreiden over krachttraining én cardio.
HERKEN JEZELF IN AANLEG EN DAARNAAST JE LEVENSOMSTANDIGEHDEN. DEZE BEPALEN DE PASSIE & MOTIVATIE WAARBIJ DE VAARDIGHEID ONTSTAAT OM VEEL TE OEFENEN VOOR PERSOONLIJKE ONTWIKKELING - Dat is nu talent -
